dinsdag 2 juni 2020

Een oorlog met alleen verliezers


(Deze recensie is op 28 april 2020 verschenen in Spectrum, het online tijdschrift van het Zuid-Afrikahuis in Amsterdam.)

Het verschijnen van Grensgeval, de nieuwe roman van Marita van der Vyver, leidde eind 2019 in Zuid-Afrika tot felle reacties. Van der Vyver is al sinds haar debuut Griet skryf ’n sprokie (1992) de publiekslieveling van de Afrikaanse literatuur. Maar dit boek werd haar niet door iedereen in dank afgenomen.




Van der Vyver beschrijft in Grensgeval de traumatische ervaringen van jonge Zuid-Afrikaanse dienstplichtigen tijdens de zogenaamde “Grensoorlog” en de doorwerking daarvan in de levens van de soldaten en hun families, tot op de dag van vandaag. Daarnaast onderzoekt ze wat de gevolgen van de oorlog waren voor de Cubaanse soldaten die destijds aan de andere kant vochten.

De Grensoorlog vond plaats tussen 1966 en 1988. In Angola streefde UNITA naar bevrijding van de koloniale overheersing door Portugal. UNITA kreeg steun van Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. Een tweede onafhankelijkheidsbeweging, SWAPO, werd gesteund door Rusland, Oost-Duitsland en Cuba. De Zuid-Afrikaanse regering had ook een eigen belang in Angola. Het ANC had paramilitaire trainingskampen in de buurlanden, vanwaar onafhankelijkheidsstrijders Zuid-Afrika binnenkwamen om aanslagen te plegen tegen het apartheidsbewind. 

Voor Zuid-Afrikaanse soldaten groeide de Grensoorlog uit tot een trauma dat vergelijkbaar is met wat “Vietnam” voor veteranen in de Verenigde Staten betekende. De bevolking mocht namelijk niet weten dat de soldaten operaties uitvoerden op Angolees grondgebied. Zuid-Afrika was niet alleen maar de underdog die zich verdedigde tegen het oprukkende communisme; nee, door de grens over te steken, was het land zelf agressor geworden. Toen de soldaten terugkwamen van hun tijd aan de grens, merkten ze dat het thuisfront niets wist van wat zij in “het bos” hadden meegemaakt. Er was geen begrip voor hun ervaringen; PTSS was toen nog een onbekend fenomeen. Daarnaast begon de publieke opinie te draaien. Het leek er steeds meer op dat ze in een “foute oorlog” hadden gevochten.


Zoektocht naar de dochter van een gesneuvelde soldaat

De hoofdpersoon van Grensgeval is Theresa, een vrouw van middelbare leeftijd die een onopvallend bestaan leidt als redactrice van tijdschriftverhalen. Na de dood van haar ex-man Theo ontdekt ze in een oude schoenendoos herinneringen aan de zomer van 1975, toen Theo als 19-jarige soldaat op de grens gelegerd was. Tussen de foto’s, brieven en dagboeken vindt Theresa een met bloed besmeurde envelop met daarin een brief van een Cubaanse soldaat aan zijn pasgeboren dochter.

Theresa besluit naar Cuba af te reizen om deze dochter, Mercedes, op te sporen en zo iets van Theo’s schuld – door zijn deelname aan de oorlog – goed te maken. En van haar eigen schuld, want ze is weet dat de oorlog ook in haar naam gevoerd is, hoewel ze als tiener nauwelijks besefte wat er gebeurde. 

In de roman wisselen hoofdstukken in het heden zich af met hoofstukken die in het verleden spelen. Theresa was in 1975 15 jaar oud, een echte bakvis die ervan droomde om met haar eerste vriendje “al die pad” te gaan. Ze genoot een beschermde en bevoorrechte jeugd, heel anders dan het leven van haar leeftijdsgenoten in de townships (een half jaar later zal de Soweto-opstand uitbreken), en al helemaal anders dan de ervaringen van Theo op de grens. 

Op Cuba krijgt Theresa hulp van de jonge gids Oreste en zijn oom, de taxichauffeur Ruben. Zij zullen haar op haar speurtocht vergezellen. Ook maakt ze kennis met de vrienden van Ruben, deels veteranen uit de Angola-oorlog. Het blijkt dat de oorlog ook bij de Cubaanse bevolking diepe sporen nagelaten heeft. Net als de Zuid-Afrikaanse soldaten waren ook de Cubaanse militairen nog piepjong geweest, verzeild in een oorlog die niet de hunne was. Wat déden ze eigenlijk in Angola?! 


“Voor alle mannen die niet wilden gaan…”

De verhaallijn die in het verleden speelt, volgt Theresa’s eigen ontwikkeling en haar relatie met Theo. In de eerste jaren van hun huwelijk was Theresa zich niet bewust van Theo’s duistere herinneringen. Gaandeweg begint hij echter steeds meer psychische problemen te krijgen, totdat hij na een reeks van dramatische gebeurtenissen totaal instort.

Niet toevallig is de roman opgedragen aan de nagedachtenis van David Bishop, Van der Vyvers eerste man, die zelf ook gebukt ging onder PTSS na zijn ervaringen op de grens en die ongeveer twee jaar geleden in een psychiatrische inrichting is overleden. Het boek is ook opgedragen aan “al die mans wat nie wou gaan nie en al die vroue wat nie kon bly nie”.

“Grensliteratuur” is in Zuid-Afrika uitgegroeid tot een literair genre. Er zijn echter maar weinig vrouwelijke auteurs die hun hand aan dit genre gewaagd hebben. Wat Van der Vyvers roman nieuw en verrijkend maakt, is dat zij focust op de overeenkomsten tussen de Zuid-Afrikaanse en de Cubaanse beleving van de oorlog en zijn gevolgen.


Cuba’s vergane glorie

In Grensgeval stelt Van der Vyver de Grensoorlog voor als een zinloze oorlog, en plaatst ze vraagtekens bij het nut van oorlog in het algemeen. In haar kritiek op de Grensoorlog staat ze niet alleen. Maar voor sommige veteranen die destijds op de Grens hebben gevochten, is deze boodschap nog altijd moeilijk te verteren – zeker uit de pen van een vrouwelijke auteur.

Tegelijkertijd is de roman “vintage Marita”: vlot en trefzeker geschreven; reisverhaal, speurverhaal en liefdesgeschiedenis in een. Van der Vyver verlustigt zich aan de romantiek van de Cubaanse ruimte. Ze schetst een beeld van een zonovergoten landschap met grote, felgekleurde auto’s en tropische cocktails aan de bar van een hotel dat betere tijden gekend heeft, en roept zo herinneringen op aan de jaren zestig, toen Hemingway op Cuba zijn boeken schreef en filmsterren als Frank Sinatra en Ava Gardner er vakantie hielden. Maar tegelijk laat ze zien dat het eiland in de greep is van armoede, verval, en teleurstelling over wat er terecht is gekomen van de revolutionaire idealen. 

Zijn lichtheid ontleent de roman vooral aan de ontluikende liefdesrelatie tussen Theresa en Ruben. Maar deze “middeljariges” zijn inmiddels te voorzichtig om, zoals de 15-jarige Theresa het noemde, “al die pad” te gaan. De omgang tussen de Zuid-Afrikaanse Theresa en de Cubaanse Ruben – vol deernis en diepe menselijkheid – wordt prachtig en met humor beschreven. 


Marita van der Vyver, Grensgeval. Kaapstad: Penguin Random House Suid-Afrika, 2019. ISBN 9781485903796, prijs: R280.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten